Leersessie Sociaal Ondernemerschap & Dagbesteding

Sociaal ondernemerschap: wat houdt dit eigenlijk in? Wanneer kun je een organisatie definiëren als sociaal ondernemer? Op welke manieren kunnen sociale instanties meer ondernemend worden? Tijdens de tweede bijeenkomst van het Slimmere Zorg-thema Innovatie Dagbesteding die plaatsvond op 26 mei, neemt Jaap Berends (directeur Adviestalent) en de aanwezigen mee in de wereld van sociaal ondernemerschap. Hierna is het aan vijf Alkmaarse organisaties om een praktijkvraag in te brengen bij wijze van casus, te weten: De Waerden, Esdégé-Reigersdaal, De Noorderhoeve, Wings of Change en Fermento. Over (mogelijke) antwoorden op hun praktijkvraag wordt vervolgens in twee groepen verder van gedachten gewisseld.

49e431a6-77ef-4207-b529-55d97cd5c7aaEerst is het aan Jaap Berends om de zaal meer te vertellen over het begrip ‘social enterprise’ op basis van de kenmerken die aanjager en platfom Social Enterprise NL hanteert voor het categoriseren van ‘sociaal ondernemers’. Jaap: “In Nederland is dit concept nog relatief nieuw, er is nog weinig kennis en ervaring beschikbaar. Wel is deze vorm van ondernemen ontzettend in opkomst, het is een ware hype aan het worden waar ook steeds meer overheden de meerwaarde van inzien. Steeds vaker wordt sociaal ondernemen opgenomen in beleid. Zo is er inmiddels een SER-advies uitgebracht en is er ook een VN-resolutie opgesteld waarin sociaal ondernemen een plek heeft gekregen.”
Volgens Social Enterprise NL kan een organisatie worden gekenmerkt als social enterprise als aan de volgende criteria wordt voldaan:

  • De organisatie heeft een maatschappelijke doelstelling/waarde;
  • Het gaat om ondernemend realiseren via een bedrijf;
  • De organisatie is gericht op maatschappelijk impact;
  • Er is sprake van transparantie/een beperkte winstdoelstelling.

Hieronder wordt de plek van social enterprises ten opzichte van goede doelen en gewone bedrijven weergegeven:

Social Enterprise Model

Bij een social enterprise staat impact voorop, zo’n driekwart van de inkomsten moet uit de markt afkomstig zijn, de winst wordt volledig geherinvesteerd en maar beperkt uitgekeerd.
Uit de reacties uit de zaal blijkt dat veel mensen zich afvragen of een dergelijke formule wel haalbaar is voor hun eigen organisatie. Hierop benadrukt Jaap Berends dat het zeker geen doel op zich zou moeten zijn om als organisatie te voldoen aan alle kenmerken van een social enterprise: hij wil hiermee juist inzicht bieden in de wereld van het sociaal ondernemen, ter inspiratie voor de aanwezige organisaties. Deze geven aan dat zij graag meer ondernemend zouden werken, maar hierbij nogal eens tegen uiteenlopende obstakels aanlopen. Hier zijn dan ook alle vijf de praktijkvragen van de organisaties op gebaseerd.
Toch zien de deelnemers ook zeker de kracht van de combinatie van zorg, welzijn en ondernemerschap. Jaap: “Deze drie elementen kunnen elkaar versterken. Voor de werknemer biedt het ruimte tot keuzevrijheid en maatwerk, ontwikkelingsmogelijkheden en het kunnen leveren van een maatschappelijke bijdrage. Voor de ondernemer biedt het mogelijkheid tot klantfocus, een hoge kwaliteit van diensten of producten en een gezond businessmodel.”

Sociaal ondernemerschap: vijf praktijkvoorbeelden en vragen

Na de inhoudelijke toelichting van Jaap Berends is het aan de vijf organisaties om hun dilemma te delen met de groep. Hieronder een korte weergave.

De Waerden
De medewerkers van De Waerden geven aan geprikkeld te zijn door de lat van 75% inkomsten uit de markt: voor hen een nagenoeg onhaalbare kaart. Als organisatie lopen zij vooral aan tegen het feit dat veel huidige klanten waar hun cliënten werken, veelal maar beperkt plaats willen bieden aan arbeidsmatige dagbesteding: ze zijn -vooralsnog- slechts bereid om maar een heel klein deel van hun werkzaamheden te laten uitvoeren door cliënten van De Waerden, terwijl De Waerden zelf dit best zou willen uitbreiden.

Esdégé-Reigersdaal
Esdégé-Reigersdaal biedt arbeidsmatige dagbesteding, educatie en vervolgtrajecten en bewegingsactiviteiten. Hun uitgangspunten zijn keuzevrijheid en participatie. Het liefst zien zij een toenemende verbinding tussen mensen en activiteiten in de wijk en mensen met een zorgindicatie: hoe kunnen deze twee groepen samenkomen? En nog breder gesteld: hoe kunnen voorzieningen voor allerlei soorten mensen (ook niet-geïndiceerde zorg), cliënten met verschillende soorten zorgvragen en met voor name jongeren beter toegankelijk worden gemaakt? (Met name een groot aantal jongeren vallen wel onder de participatiewet, maar niet onder de Wmo).

De Noorderhoeve
De Noorderhoeve biedt plaats aan álle mensen van alle zorgzwaartes. In samenwerking met het Clusius College heeft De Noorderhoeve een traject ontwikkeld, waarbij deelnemers vanuit een stage bij De Noorderhoeve kunnen doorstromen naar het Clusius College en vervolgens kunnen uitstromen naar werk. Een heel waardevol concept waar echter geen beweging in lijkt te komen. Met name vanuit het management lijkt men niet mee te willen doen. Waar ligt dit aan? En nog belangrijker: hoe kan er wél belangstelling komen om mee te doen met dit project?

Wings of Change
Wings of Change is een centrum voor dagbesteding en natuurgeneeskunde, waar mensen de ruimte krijgen om volledig tot zichzelf te komen. Daarbij wordt niet enkel gekeken naar het individu, maar ook naar het netwerk om de persoon heen. De stichting zou graag meer samen optrekken met andere organisaties: hoe kan er een slag worden geslagen om nader tot elkaar te komen? Wat is er nodig om de eigen organisatie en de financiële factoren los te laten om samen tot nóg mooiere resultaten te komen?

Fermento
Fermento (onderdeel van de Raphaëlstichting) is een sociale onderneming met vier locaties in Alkmaar en omgeving. De organisatie biedt dagbesteding aan mensen met een verstandelijke beperking. Ook bieden ze een praktijkopleiding die 100% toepasbaar is in de praktijk. Hun voornaamste vraag gaat over vindbaarheid: van organisaties, van mensen, van mogelijkheden tot samenwerking en ontwikkeling…iedereen blijft graag zoveel mogelijk op zijn of haar eigen eiland zitten. Hoe kan er toch verbinding worden gemaakt? Hoe kan de boel aan elkaar worden geknoopt?

Met deze vijf praktijkvragen gaan de deelnemers in twee groepen in openheid met elkaar van gedachten wisselen. Bij elke groep is ook iemand vanuit de gemeente Alkmaar aanwezig: Jan Holman en Pascal Sanders denken mee vanuit hun beleidsfunctie bij de gemeente.

De oogst van het groepsgesprek

Na het delen van uiteenlopende ervaringen, ideeën en soms zelfs frustraties, komt de groep weer in z’n geheel bij elkaar voor de afsluiting. Wat hebben de organisaties uit het groepsgesprek kunnen halen?

a12c4bf9-80dd-41d7-aeac-b9bb98230eacDe organisaties delen het idee dat er nog veel onbekendheid is over elkaars werkzaamheden en aanbod: zonder elkaar goed te kennen, is het vanzelfsprekend onmogelijk om te kunnen werken aan verbinding. Toch merken de organisaties als positief op dat er veel creativiteit en bereidheid in de groep aanwezigen zit: de creativiteit wordt vaak nu al aangewend om obstakels te omzeilen, maar deze kan wellicht ook worden ingezet om als organisatie innovatief of innovatiever te ondernemen. Het is waardevol om elkaars goede voorbeelden te horen en om te bekijken of uit deze voorbeelden elementen overgenomen kunnen worden.

Vanuit de gemeente geeft Pascal Sanders aan dat zij ook een rol kunnen spelen in herkenbaarheid en vindbaarheid van organisaties en hun aanbod. Daarnaast kan de gemeente nader onderzoeken welke rol een cliëntondersteuner nu precies heeft en/of zou moeten hebben. Daarnaast komt een afschaffing van de eigen bijdrage aan bod: “Zulke wijzigingen zijn niet van de ene op de andere dag te realiseren, maar we kunnen dit onderwerp hoger op de agenda zetten, net als het wegnemen van financiële angels. Als een vorm van subsidie de dagbesteding voor cliënten ten goede zou komen, dan zijn wij als gemeente zeker bereid om dit nader te onderzoeken.”

Jan Holman vult hierop aan dat een andere vorm van financieren zeker tot de mogelijkheden kan behoren. Als voorbeeld noemt hij de GGZ, waar al diverse ontwikkelingen gaande zijn. “Daarnaast lijkt het me waardevol als jullie eens van gedachten wisselen met ondernemers. Een latere bijeenkomst zou kunnen plaatsvinden bij De Telefooncentrale: in zo’n brede sessie kunnen zorgorganisaties en ondernemers samenkomen.”

Al met al kijken zowel de organisaties als de gemeente terug op een geslaagde en waardevolle bijeenkomst, waarbij (nogmaals) duidelijk naar voren kwam dat het niet gaat om de organisatie, maar het samen ondersteunen van de cliënten.

De volgende sessie vindt plaats op donderdag 16 juni. Het thema is dan: hoe organiseren we de toekomstige dagbesteding voor ouderen? Inzichten uit praktijkonderzoek.

0 Reacties

Laat een reactie achter

CONTACT

Heb je vragen of opmerkingen over deze website? Stuur ons een berichtje!

Bezig met versturen

©2018 Slimmere Zorg. Slimmere Zorg is een project van de gemeente Alkmaar.

Log in met uw gegevens

of    

Wachtwoord vergeten?